Étude 1 sur 2 · La guérison de deux aveugles

  1. Étude 1 : La guérison de deux aveugles
  2. Étude 2 : Guérison de Bartimée l'aveugle

Van het tweede tot het derde pesachfeest

  • De genezing van twee blinden

    De genezing van twee blinden in Kafarnaüm, alleen door Matteüs overgeleverd (Mt 9.27-31), illustreert het messiaanse geloof: de twee mannen erkennen Jezus als ‘Zoon van David’. Jezus geneest hen naar hun geloof en vraagt hun te zwijgen, omdat hij de menigten wilde richten op het eeuwige heil in plaats van op lichamelijke genezingen. Dit verhaal bereidt het antwoord van Jezus aan Johannes de Doper in Matteüs 11.5 voor.

    Markus 10.46-52 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende.En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.
    Verder lezen

Wonderen

  • Genezing van de blinde Bartimeüs

    Dit artikel onderzoekt de verhalen over de genezing van Bartimeüs in de Evangeliën. Hoewel de details verschillen (aantal blinden, identificatie van Bartimeüs, precieze plaats), blijft de kern: het geloof van de blinden en het mededogen van Jezus die hen geneest.

    Lukas 18.35-43 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het geschiedde, als Hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan den weg zat, bedelende.En deze, horende de schare voorbijgaan, vraagde, wat dat ware.En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging.En hij riep, zeggende: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!En die voorbijgingen, bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Zone Davids, ontferm U mijner!En Jezus, stilstaande, beval, dat men denzelven tot Hem brengen zou; en als hij nabij Hem gekomen was, vraagde Hij hem,Zeggende: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En hij zeide: Heere! dat ik ziende mag worden.En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.En terstond werd hij ziende, en volgde Hem, God verheerlijkende. En al het volk, dat ziende, gaf Gode lof.
    Verder lezen